OTTERSPOREN
(Ottertracks)
|
|
|
|
|
|
||
| Last update 02-02-12 | Back to homepage |
08 - Nieuw Nederland & Otterspoor
De Provincie Nieuw Nederland werd op gezag van de Staten Generaal gesticht 1n 1624.
Het bestuur werd gedelegeerd aan de West-Indische Compagnie.
Nederzettingen die gesticht werden kregen veelal de naam van bestaande plaatsen in Nederland, zoals Nieuw Amsterdam.
Utrechtse namen waren o.a. Nieuw Utrecht, Nieuw Amersfoort en Breukelen (Brooklyn).
Van 1633 tot 1638 was Wouter van Twiller Gouverneur van Nieuw Nederland
In 1638 schonk hij zijn commissaris Jacob van Curler, als dank voor bewezen diensten, een patent land in de Haarlem (Harlem) sectie van Manhattan.
Jacob van Curler stichtte daar een boerderij met landhuis met de naam Otterspoor.
Het is aannemelijk dat het gebied leek op het gebied Otterspoor bij Breukelen in Nederland, en daarom die naam kreeg. (08.1), (08.2)
In 1639 verwierven de gebroeders van Keulen 100 morgen land Otterspoor en veranderden de naam in Van Keulen’s Hoek (08.3)

De van Keulen broers deden 2 grote land aankopen in Nieuw Nederland (New York), beide waren op het Pappermemmins Eiland(Manhats Island, Manhattan).
In 1639, kocht Conraet Jansen Van Keulen een Patent voor 100 Morgens te Otterspoor, en veranderden de naam in Van Keulens Hoek. De lokatie was tussen de huidige 108ste en de 125ste Straten, langs de rivier, in Harlem.
De eerste kolonisten uit Noord- en Zuid Nederland arriveerden in 1624.
Niet lang daarna maakten 2 Ottersporen daar deel van uit.
Aert Aertsz Otterspoor en Jan Jansz Otterspoor

(08.4)
Van Aert Aertsz Otterspoor is vrij veel informatie voorhanden.
Hij sluit 5 Mei 1649 een contract af voor Notaris v/d Ven te Amsterdam, van Jutphaes, oud 33 jaar, geboren ca. 1616. Met de voogden van de patroon van Rensselaerswyck komt hij overeen om met de ´,,Valckenier’’ naar Nieuw Nederland te gaan en vijf jaar bij Jacob Walinge te wonen, er bouwwerk te doen, hout te hakken en tabak te planten. (08.4)
De afstamming van Aert is nog niet geheel duidelijk.
In het artikel ‘Verwantschappen langs de Kromme Rijn in de Nieuwe Wereld’ wordt hij toegeschreven als zoon van Aert Jacobsz Otterspoor en Elisabeth Aert Jansdr.
In Utrechtse parentelen voor 1650 Deel 1 is hij mogelijk het kind (Otterspeer, duidelijke verschrijving) van Adriaen Anthonisz. Otterspoor, die overleed voor 23/1/1623. (08.5)
Aert arriveert in 1649 in Nieuw Nederland en was in dat jaar in Renselaerswyck.
Het is echter de vraag of hij aankwam op de Valckenier, aangezien dit schip tot nu toe onvindbaar is.

- Tussen 24 Mei 1649 en 7 Juni 1650? (08.6)

- 1649, 1650 en 1651 is Aert in Bethlehem (08.7)
- 8 November 1661 Basjen Pieters klaagt voor de rechtbank te Wiltwyck (nu Kingston, NY), dat Aert haar 19 gulden schuldig is. Hij geeft zijn schuld toe en geeft zijn claim tegen Evert Pels aan haar en Evert Pels gaat accoord met de betaling. (08.8)
- 3 January 1662, Mathys Roelofsen, eiser, eist van Aert betaling van de hoeveelheid van 10 schepels tarwe, schuldig voor gedronken Cognac. (eerste in gebreke stelling) (08.9)
- 1 Mei 1664, Beverwijck, Aert is aan Jan Martensen Wever 45 gulden in Bevers schuldig. (08.10)
Onderstaand alles (wiltwyck) Kingston Court (08.9)
- 9 December 1664, dinsdag, Aert verzoekt het stukje grond voor aardbeien buiten de pallisaden te mogen behouden, aangezien de Hr. Directeur- Generaal Peter Stuyvesant hem dat reeds heeft verleend. Het hof staat hem dit toe, aangezien hij het reeds heeft gekregen om te cultiveren, en het al met hekken heeft omgeven.
- 24 Februari 1665, dinsdag, Aert laat in een petitie zien dat hij 10 wolven heeft gevangen en daarvoor 23 gulden heeft ontvangen, in sewan, waardoor een tegoed van 101 gulden overblijft. Maatregelen worden genomen om hem dit restant te betalen.
- 13 April 1665, wordt land van Aert benoemd dat onder gezag van het dorp Wiltwyck staat. ‘Een kleine Kil (stuk?) land bij het Kreupelbos’.
- 28 April 1665, Conflict tussen Aert en Aert Jacobsen over het stuk Aardbeienland. Gezien al het werk reeds door Aert gedaan, behoud hij de rechten voor dit jaar en moet daarna de hekken verwijderen, aangezien hij niet kan bewijzen dat Peter Stuyvesant hem dit heeft gegund.
-29 April 1665, Aert draagt een stuk land over in Wiltwyck bij de Molenpoort, vlak bij het water van de molenpoort, oostelijk, aan Cornelis Barentsen Slecht.
- 20 Mei 1665, Aert verkrijgt 4 morgen land onder het gezag van Wiltwyck, van Jurriaen Westphael die het van de wilden kocht. Aert verkoopt dit stuk grond dezelfde dag aan Walran de Mont.
- 2 Juni 1665, dinsdag, Buitengewone zitting van het hof en de burger oorlogsraad van Wiltwyck. Een groep burgers was gewapend rond gegaan, Aert werd gevraagd of hij wacht had afgelopen dinsdag en waarom hij aan de trekker van zijn wapen had getrokken, hij was op wacht maar ontkende aan de trekker te hebben getrokken.
- 5 Februari 1666, Aert treedt op als getuige ter ondertekening.
- 6 October 1666, woensdag, Aert verzoekt een vaste standaard betaling voor het vangen van wolven. Het hof kent hem 10 gulden toe voor iedere wolf, ongeacht het geslacht.
Verder verzoekt Aert toestemming en waar hij een klein huis mag bouwen op gecultiveerd land buiten het gordijn (verdediging van het dorp?) Het hof doet onderzoek.
- 20 October 1666 of later, Aert verzoekt wederom om een plek voor een klein huis. Ditmaal vanwege zijn leeftijd en slechte gezondheid. Het hof staat dit toe tijdens zijn leven op de punt bij de kleine waterpoort bij Wiltwyck.
- 24 October/23 November 1666, Aert claimt dat hij van de overleden Jan Reyerson tegoed heeft; de balans van 300 gulden in graan, zijnde 190 gulden voor een jaar werk, ca. 12 jaar geleden (1654?) in Bethlehem.
- 8/18 Januari 1667, dinsdag, Aert, klager en Henderick Albertsen aangeklaagde, beide niet verschenen.
- 6/16 Augustus 1667, Aert doet een bod op het innen van de tapper en burger belasting? anderen bieden hoger.
- 15 Maart 1668/69? Aert wordt door het hof opgedragen zijn schuld van 7,5 schepels tarwe aan Dirck Hendriksen te betalen, en wordt verder aangeklaagd door Jan Gerritsen om schulden te betalen. Het hof vraagt bewijzen van Jan.
- 22 Maart 1668/9 Aert wordt opgedragen de Hr. Beecqman 150 gulden en 8,5 schepels koren te betalen voor de aankoop van een huis en eist zelf van de Hr. Beecqman 145 gulden als premie voor wolven, Aert moet de exacte dag en tijd aangeven en zal dan zijn geld krijgen.
Aert staat ook voor het hof te Esopus (nu Kingston, NY) wegens niet nagekomen verplichtingen aan Jan Gerritsen. ook (08.11)
- 22 November 1670, dinsdag, Aert is getuige.
- 24 December 1670, Het hof draagt het huis en toebehoren van de overleden Mathys Capito in Kingston over aan Aert en Pieter Gillesen, gekocht en betaald door Aert [niet uitgevoerd]
- 6 Februari 1672/73, Aert zet zijn merkteken als getuige.
- 21 September 1672, Aert is Pound-Keeper (Schuthok houder) en wordt opgedragen 10 stuks vee terug te geven aan de eigenaar zonder boete betaling.
(Zijn taak is paarden, vee, schapen en varkens van het land te halen op tijden en in plaatsen waar ze niet toegestaan waren. De eigenaar dient binnen 3 dagen een boete te betalen om de dieren terug te krijgen. Anders worden ze verkocht aan de hoogste bieder.)
- 21 Oktober 1672, Aert krijgt van het hof pound geld toegewezen voor 3 dieren die de eigenaar eigenhandig had weggehaald.
In een andere zaak wordt vermeld dat Aert beaamt dat zijn huis verhuurd is.
-22 November 1673, Aert getuigt voor het hof dat hij ‘moord’ hoorde schreeuwen in de schuur van Jan Gerritsen, daar aankomend trof hij Jan Gerritsen in gevecht met Hendrick van Wyen en zag dat Grietie Westercamp hen uit elkaar haalde en een gat in haar hoofd had, maar geen mes had gezien.
- 11 December 1673, Aert is verwikkeld in 5 zaken voor het hof, waarbij hij geld eist in zijn functie van Pound –Keeper.
- 26 Februari 1674, Wederom een zaak voor het hof als Pound –Keeper.
- 24 April 1674, Wederom een zaak voor het hof als Pound –Keeper.
- 21 Mei 1674, Aert, Pound- Keeper verzoekt ontslag als Pound- Master.
Het verzoek wordt ingewilligd en het ontslag gaat ter plekke in.
5 Mei 1678 schrijft Aerdt Aerdtsen Otterspoor een testament in het Hollands (08.13)
Al zijn bezit, huis, grond, hollands geld, in holland wordt nagelaten aan Cornelis Barentsen (Slecht) en zijn vrouw.
Een klein kabinet uitgezonderd, dat is bestemd voor zijn dochter Petronella
(Petronella, dochter van Cornelis Barentsen Slecht huwde in New York op 16 Augustus 1679.)

25 Juli 1682 annuleert Aerdt Otterspoor zijn testament wat hij maakte ten gunste van de vrouw van Cornelis Barentsen.
Het kleine kabinet, nagelaten aan Pieternel, mag niet aan haar geleverd worden. Hij tekent met een merk, geen getuigen, behalve de secretaris, Wm Montagne. (08.13)

Er is tot nu toe geen enkele informatie gevonden, dat Aert Aertsz Otterspoor ooit tussendoor terug is geweest in Nederland.
Gegevens over een eventueel huwelijk in Nederland en/of de Nieuwe Wereld zijn niet bekend en niet aannemelijk. Toch had hij blijkbaar geld in Nederland. Tussen 1651 en 1661 is geen informatie gevonden. Wel refereert hij op 24 October/23 November 1666 aan een jaar werk in ca. 1654 in Bethlehem. Gezien de veelheid aan informatie een groot gat. Waar was Aert in die periode? Het leven in Nieuw Nederland was niet makkelijk voor Aert. Gezien de informatie deed hij van alles om inkomen te verwerven. Hij moet, zeker via het jagen op wolven en waarschijnlijk bevers veelvuldig contacten gehad hebben met de indianenstammen in het gebied waar hij verbleef.
Over het algemeen waren de contacten in die tijd vriendschappelijk, wat niet wegnam dat er enkele oorlogen gevoerd werden.
De belangrijkste stammen in het gebied waren de Mohawks en de Irokezen.
In tegenstelling tot de algemene perceptie dat Indianen wilden waren die in wigwams woonden, woonden de Mohawks in houten langhuizen, die 7,5 tot 9 meter breed waren en 30 tot 60 meter lang. Alle gezinnen die in een daarvan woonden waren verwant aan moederskant, en leefden in een sterke sociale structuur. In een Mohawkdorp woonden 1500 tot 2000 mensen.
Kolonisten gingen ook relaties aan met Indiaanse vrouwen. Cornelis Antonisse van Slyck b.v. die uit Breukelen kwam, en borg stond voor Jan Jansen Otterspoor, trouwde met de ca. 18 jaar jongere Ots-Toch, de dochter van een Canadese Fransman en de dochter van een Mohawk opperhoofd (Sachem). (Een verhaal dat doet denken aan het begin van de TV serie Centennial) (08.14)
Het is denkbaar dat
ook Aert Aertsz Otterspoor relaties in die richting gehad kon hebben.
Tot nu toe is er niet veel bekend van Jan Jansz Otterspoor, of van zijn herkomst.
Wanneer en met welk schip hij aankwam is ook onbekend
In 1657 kocht hij een een stuk land wat publiekelijk geveild werd.
Na zijn overlijden in 1658 werd het gewas van zijn grond en de grond zelf publiekelijk geveild.
Van de vroege documenten van Albany County en de Kolonie Renselaerswijck (1656-1675) (08.12)
- 1. Mevrouw Johanna de Hulter stelde de publieke verkoop voor van haar weidegrond zoals het er bijstaat met hekken, uitgezonderd de tuinspullen daarop. En het wordt geleverd vrij en leeg op 8 november, de betaling als voren.
Na vele biedingen blijft Jan Janse Otterspoor de laatste bieder voor de weide van mevr. Johanna de Hulter voor de som van 880 Gulden, onder de vooraf gestelde condities. En Cornelis Teunisse (antonisse) van Slyck (afkomstig uit Breukelen) en Jurian Teunisse (glazemaeker) stonden borg voor het genoemde bedrag, op onderpand van henzelf en hun persoonlijk bezit.
Gedaan in Beverwijck, 7 November A.D. 1657 in aanwezigheid van Lowies Cobussen en Johannes Provoost, Jan Janssen, Cornelis anthonissen (van Slyck), Jurriyan Teunissen
- 2. Publieke verkoop van hop op het land van Jan Jansen van Otterspoor op 24 September 1658 te Beverwyck.
Teunis Teunissen (metselaer) en Jurriaen Teunissen stellen de publieke verkoop van hop op het land van de overleden Jan Jansen Otterspoor -onder voorwaarden- voor aan de hoogste bieder.
De hop wordt geleverd zo het er bijstaat, de koper wordt gehouden aan het oogsten voor eigen risico.
Na het oogsten dienen de palen op een hoop gelegd te worden om terug te geven aan de verkoper.
Betaling dient gedaan te worden, te weten voor de helft met goede, hele, leverbare bevers, en de andere helft in goede leverbare seawan (kettingschelpen in gebruik bij de indianen als geld), op 1 Juli 1659 het volgend jaar.
De koper is gehouden onmiddellijk twee borgen voor te stellen tot genoegdoening van de verkoper.
Als de koper daar niet toe in staat is, zal de hop opnieuw geveild worden op zijn kosten, met betaling van de mogelijke lagere opbrengst. De veilingkosten zijn voor de koper.
Jan Helmsen blijft de laatste bieder voor de hop onder de genoemde condities, voor de som van 102 gulden.
Jochim Wesselsen en Barent Gerritsen bieden zich aan als borg.
- 3. Condities voor de publieke verkoop van het land van Jan Jansen Otterspoor aan de hoogste bieder.
Het genoemde land zal overgedragen worden aan de koper, liggende bij de vierde Kill; naar het noorden Cornelis Teunissen, breed 12 roede en zeven voet; langs de rivier, in lengte 30 roede; naar het zuiden het tegel erf, breed 20 roede; naar het westen de kreupelbos 24 roede. De palen op het land blijven eigendom van de verkoper.
Overdracht morgen, 25 september, maar de hop en de tuinwagen blijven eigendom van de verkoper.
Betaling dient in twee delen gedaan te worden in goede, hele, leverbare bevers, ten 1ste 1 juli 1659, ten 2e 1 juli 1660.
De koper is gehouden onmiddellijk twee borgen voor te stellen tot genoegdoening van de verkoper.
Als de koper daar niet toe in staat is, zal het land opnieuw geveild worden op zijn kosten, met betaling van de mogelijke lagere opbrengst. De veilingkosten zijn voor de koper