OTTERSPOREN
(Ottertracks)
|
|
|
|
|
|
||
| Laatst bijgewerkt 15-11-11 | Terug naar homepage |
06 - Het Dorp Otterspoor
Het dorp Otterspoor spreekt tot de verbeelding. Gesproken wordt over het mysterieuze verdwenen dorp.
In het boek Verdwenen dorpen in Nederland Deel 2 van Bert Stulp is een hoofdstuk besteed aan het dorp Otterspoor. In een artikel Otterspoor in het Toerfietsmagazine van Feb. 1992 word het tijdschrift Oud Utrecht aangehaald waarin het dorpje Otterspoor in de Vechtstreek heeft gelegen. Daar moesten bij een sluisje goederen –bestemt voor Utrecht- worden overgeladen in kleinere boten. Arie A. Manten oprichter en voorzitter van de Historische Kring Breukelen schreef veel artikelen en in boeken over het dorp Otterspoor, de Otterspoordam, de Otterspoorsluis en de polder Otterspoorbroek.
Voor zover mij bekend, is het Mr. S.J. Fockema Andreae die in zijn boek ‘Studien over Waterschapsgeschiedenis uit 1950’ als eerste stelt, dat er een nederzetting van enig belang geweest moet zijn bij de dam bij het gebied Otterspoor.
Hij zag de dam als een van de eindpunten van de Utrechtse overzese handel en scheepvaart, en baseerde het bestaan van de dam (met sluis) op oorkonden uit 1228 en in 1397 bevestigd als zijnde de Dam bij Otterspoor.
Het is echter Arie A. Manten die het dorp Otterspoor op de kaart zet.
De basis van het bestaan ontleent hij aan de oudste mij bekende oorkonde van voor 13 Maart 1139 waarin de naam Otterspoor (Otterspore) voorkomt.
Arie Manten is de enige onderzoeker die er van uit gaat dat in deze oorkonde gesproken wordt over de tiendbelasting op het dorp Otterspoor (en het dorp Breukelen).
Fockema Andreae spreekt hier over het zuiderdeel der gemeente Breukelen.
Ary Leo Peter Buitelaar spreekt over het oude land Otterspoor in zijn proefschrift ‘De Stichtse ministerialiteit en de ontginningen in de Utrechtse Vechtstreek’.
M de Bruijn stelt in zijn artikel ‘was er in April 1228 sprake van een dam in de Vecht bij Otterspoor’ dat –anders dan bij Breukelen- bij Otterspoor de aanduiding van een nederzetting (villam) ontbreekt. (06.02)


Bron: (06.1)
Mijn kennis van Latijn is helaas nihil, maar als ik met behulp van een woordenboek ga puzzelen krijg ik het idee dat er in de oorkonde van 1139 iets anders aangegeven wordt.
Ik kan hier de plank natuurlijk volledig misslaan, maar ik zou het op prijs stellen als iemand met meer kennis hierop kan reageren.
In de oorkonde wordt de Latijnse term ‘apud’ gebruikt t.a.v. de Otterspoortiend (belasting) van Otterspoor en Breukelen.
Apud lijkt te staan voor ‘bij’ en mogelijk in dit verband ‘tussen’ het dorp Breukelen en Otterspoor. In andere oorkonden wordt eerder de Latijnse term ‘de’ gebruikt, wat voor ‘van’ staat.
In oud Nederlands oorkonden worden de termen ‘de Tiend van of in’ gebruikt.
Dimidiam zou hier kunnen staan voor halverwege Breukelen en Otterspoor.
Al met al betwijfel ik ten zeerste –ook gezien artikelen en verdere opmerkingen van Arie Manten- dat er ooit een dorp Otterspoor heeft bestaan.
Zijn voornaamste argumenten zijn;
- De oorkonde van 1139 met de afzonderlijke vermelding van de buurtschap Otterspoor.
- De beperking van de bevaarbaarheid van de Vecht door de Dam en Sluis.
- Meer emigranten in de late middeleeuwen met de naam ‘van Otterspoor’ dan verwacht kan worden van een kleine agrarische gemeenschap.
Arie Manten stelt verder dat;
- Het gebied Otterspoor reeds lang voor het ontginningswerk bestond, en in de 10e eeuw
mogelijk reeds een nederzetting met die naam had.
- Er geen concrete bewijzen zijn van een nederzetting van betekenis in het gebied
Otterspoor.
- Er in de vermoedelijke tijd dat de Otterspoor dam en sluis gebouwd werden, maar een type sluis bestond, n.l. de Klepduiker.
- Hij betoogt verder, dat deze eenkleppige sluis alleen bij uitzonderlijke omstandigheden (lage stroming) gepasseerd kon worden.
- De schatting van 1 á 2 ‘internationale’ schepen per dag vermoedelijk te hoog is
- Het dorpje Otterspoor vermoedelijk meer dan 3 eeuwen heeft bestaan
- Het opmerkelijk is, dat de nederzetting Otterspoor niet voorkomt op de lijst bier accijnsen van het bisdom Utrecht in Breukelen en omgeving in de jaren 1426 – 1430.
- Hij geeft verder in 1986 en 1994 aan dat de Otterspoorsluis geruimd werd in 1327. (06.3), (06.4), (06.5)
Ik deel de mening van Arie Manten, dat het gebied Otterspoor waarschijnlijk reeds lang voor de ontginning van de veengronden bewoond was. Aannemelijk is, dat dit een kleine gemeenschap Boeren was. Dat dit een Nederzetting in de zin van een dorp was ga ik niet van uit. Er is immers geen enkel concreet bewijs van een nederzetting van betekenis.
Er bestaat geen enkele map waarop het dorp Otterspoor ingetekend is. Er bestaat geen enkele Oorkonde of ander document in relatie tot een dorp Otterspoor.
Geen andere onderzoeker ziet de oorkonde van 1139 als een basis voor het bestaan.
Ook wordt aangegeven, dat de aanduiding voor een nederzetting ontbreekt.
Arie Manten zelf geeft aan dat het opmerkelijk is, dat er geen bier accijns van Otterspoor
bestaat. Dat hij daarnaast in 1986 en in 1994 aangeeft dat de sluis in 1327 is geruimd
(wat het ontbreken van de accijns kan verklaren) is onjuist. Er zijn oorkonden uit 1378 en
1381 waarin gesproken wordt over de Otterspoorsluis. (06.6)
Hij komt hier later in zijn boek van 2001 niet op terug, en rept daarin niet over het ruimen van de sluis, maar over het ruimen van de dam in 1437 als de hinderdam verder stroomafwaarts aangelegd wordt. Hij geeft hier ook aan, dat de Dam met sluis in 1327 bij Vreeland mogelijk niet is uitgevoerd. Dit lijkt echter voor enige tijd wel het geval te zijn, aangezien Utrecht rond die tijd klaagt over onterechte tollen bij Vreeland.
Het lijkt mij aannemelijk dat een dorp Otterspoor aan de veilige kant van de dam met sluis geweest zou moeten zijn, maar het dorp Otterspoor komt ook niet voor op de lijst van Gerechten (ambachten, plaatsen) die bijdragen aan de Otterspoorhoeven (belasting t.b.v. onderhoud).
Wanneer de Dam en sluis in de Vecht zijn aangelegd is niet bekend.
Pas in 1228 is er een oorkonde die volgens F. Andreae de Dam bij Otterspoor aangeeft. Twee onderzoekers bestrijden deze zienswijze, terwijl Arie Manten hierin F. Andreae steunt. F. Andreae stelt dat zijn zienswijze bevestigd wordt door een Oorkonde uit 1397. Het is ook F. Andreae die het denkbaar acht dat de Dam en Sluis ca. 1140 – 1150 aangelegd zijn i.v.m. de doorgraving van de Vaartse Rijn in de Vecht.
Pas in 1323 Komt de Otterspoorsluis voor in de schouwbrief -regels over het onderhoud van de dijk van de Bisschop Johan van Diest van Utrecht - nabij de buitenplaats Ganzenhoef. (06.7)
De sluis nader bekeken
Volgens de literatuur is een klepduiker een in een dam geplaatste buis (vroeger van hout, holle boomstam e.d. en tegenwoordig van metaal of plastic) met aan de buitenkant een scharnierende klep. Klepduikers zijn in constructie en werking in ruim 2000 jaar nauwelijks veranderd. (06.8)
Een klepduiker kan dus klaarblijkelijk zelfs helemaal niet met een schip gepasseerd worden.
Arie Manten Noemt de klepduiker in zijn vervolg een eenkleppige sluis.
Ook weer volgens de literatuur zijn dit blijkbaar 2 verschillende typen.
Bij Spaarndam werd er na een grote stormvloed in 1248 een dijk gelegd tussen de Spaarne en het IJ. In 1253 werd daar t.b.v. de scheepvaart een eenvoudige klepsluis in aangebracht. Deze sluis kon alleen bij gelijke waterstand geopend worden om schepen door te laten. (06.9)
Het zou op zich dus geen probleem moeten zijn om een schip per dag door een klepsluis te loodsen. Bij eb en vloed mogen we immers uitgaan van twee maal dood tij per dag.
Een andere mogelijkheid om in die tijd schepen aan de andere kant van een dam te krijgen wordt door Arie Manten niet genoemd. Dit betreft een overhaal (overtoom) waarbij langs 2 hellende vlakken het schip via rollen (of met behulp van een windas) over de dam getrokken wordt. (06.10)
Een Engels boek waarin Fockema Andreae als bron wordt geciteerd lijkt daarop te duiden.
‘Via de Zuiderzee naar de rivier de Vecht, naar de dijk bij Otterspoor, Van daar een gegraven kanaal van rond 1150, via de stad Utrecht, via de IJssel richting Rijn, waar bij bij het Gein een andere dam gekruist moest worden.’ (06.11)
Arie Manten stelt verder dat het dorp Otterspoor, na het weghalen van de dam en sluis zijn bestaansrecht verloor. Een dorp dat 300 jaar zou hebben bestaan, geen schepen, huizen afbreken en vertrekken. Ik kan me daar moeilijk een voorstelling van maken.
Allereerst zullen er reeds mensen gewoond hebben en leefde men in een voornamelijk agrarisch gebied. In iedere gemeenschap draait het bestaan om veel meer zaken dan één specifieke werkzaamheid, zeker na een ontwikkeling van 300 jaar.
Daarnaast wordt er klaarblijkelijk ook aan voorbij gegaan, dat de gewone arbeiders in die tijd gewoon waren om naar hun werk te lopen, waarbij enkele kilometers weinig voorstellen. De afstand van Breukelen naar Maarssen is slechts 6 kilometer en daar zou het dorp Otterspoor ongeveer tussenin moeten hebben gelegen. Volgens Arie Manten ruim twee kilometer van Breukelen.
Andersom wil dat zeggen dat het naar de sluis lopen vanuit Maarssen, Breukelen en boerderijen in en rond het gebied Otterspoor ook weinig voorstelde.
Een laatste argument van Arie Manten heeft –omdat ik de genealogie van alle Ottrspoors en Otterspeers onderzoek- mijn bijzondere belangstelling.
Meer emigranten in de late middeleeuwen ‘genaamd van Otterspoor’ van een kleine gemeenschap dan verwacht kan worden. Helaas is dit argument niet onderbouwd.
Als we aannemen dat er mogelijk reeds eeuwen bewoning was in het gebied Otterspoor, dan kunnen er in de loop der tijd een behoorlijk aantal personen ‘van Otterspoor’ zich voortgeplant hebben.
De late middeleeuwen wordt gemiddeld omschreven als de periode van ca. 1200 tot 1500.
In alle jaren dat ik bezig ben met mijn onderzoek heb ik feitelijk zeer weinig personen gevonden met de naam Otterspoor die binnen deze periode passen.
Buiten degenen die ik tot mijn directe stamboom reken, zijn dit slechts 11 personen.
Drie in Belgie binnen een familierelatie, een in Amersfoort, een in Delft, een in Diemersbroek, twee in Leiden gerelateerd en drie in Utrecht.
Van ca. vijf is het zeer wel mogelijk dat ze tot mijn direkte stamboom behoren.
De naam Otterspoor is vrij uniek.
Iedere levende Otterspoor in de wereld maakt deel uit van mijn directe stamboom.
Iedere levende Otterspeer in de wereld maakt deel uit van dezelfde stamboom, die ca. 1670 aanvangt in Nieuwpoort. Mogelijk maakt deze stamboom deel uit van mijn directe stamboom. In 1570 woonde er reeds een van mijn stamboom in Nieuwpoort
Daarnaast zijn er 2 grotere stambomen waarbinnen de naam Otterspoor uitgestorven is.
Beide kunnen mogelijk onderdeel zijn van mijn directe stamboom.
Verder zijn er 8 kleine takjes waarvan diversen bijna zeker deel uitmaken van mijn directe stamboom. Dit geldt ook voor veel van de losse stukjes informatie die ik nog nader moet onderzoeken en plaatsen.
Het werken aan het (internet) boek Ottersporen sterkt mij meer en meer in de overtuiging dat de naam Otterspoor behoorlijk uniek is. In eerste aanleg ben ik er steeds van uit gegaan dat het gebied Otterspoor en de polder Otterspoor–broek veel verschillende niet gerelateerde families Otterspoor hebben voorgebracht. Het gaat er steeds meer op lijken, dat dit niet het geval is.
Het is nu mijn opvatting, dat er reeds in de elfde eeuw of eerder zich een boerenfamilie heeft ontwikkeld in het gebied Otterspoor, die de naam ‘van Otterspoor’ gebruikte. Een familie die zich reeds vroeg ontwikkelde tot een gegoede boerenfamilie, die zich in de latere middeleeuwen en daarna verspreidde over de Provincie Utrecht en daarbuiten en die zonen voortbracht in hogere beroepen en functies. Het zal me niet verbazen als een groot deel van alle Otterspoors waarvan ik gegevens heb uiteindelijk blijken te behoren tot deze familie.