Concours - Wedstrijdrijden

 

Bij concoursen zijn twee onderdelen van belang: Dressuur en Springen. Je kunt ze allebei doen of een van beide. Er wordt gekeken of de ruiter/amazone het paard beheerst en de gevraagde oefeningen nauwkeurig kan uitvoeren.
   
Dressuur
   

Amazone in de dressuurring
   

Wie een dressuur-nummer gaat rijden, weet dat men een aantal voorgeschreven figuren en overgangen moet rijden. De jury beoordeelt de prestaties, waarbij ook gelet wordt op de houding en zit van de ruiter/amazone. Tevens wordt er gekeken naar de verzorging en het tuig van het paard. Dressuurproeven zijn verdeeld in korte oefeningen die elk een cijfer van 0 tot 10 krijgen.

De manier waarop de oefening wordt uitgevoerd is het belangrijkste bij de beoordeling:

~ de oefening uitvoeren bij de letter die genoemd wordt (dus niet ervoor of erna)
~ het paard zonder verlies van tempo door de hoeken heenrijden (geen afsnijden of terugblijven
~ de voltes moeten rond zijn en de juiste afmetingen hebben

De dressuurproeven zijn onderverdeeld in de klassen B(eginners), L(icht), M(idden) en Z(waar).
Er wordt meestal gestart in de klasse B. Als er winstpunten zijn behaald kan men overgaan naar een hogere klasse.

Dressuurring met letterpositie

In de klasse B zal niemand van je verlangen dat je met je paard een wending (draai) om de achterhand (met de voorbenen draaien, terwijl de achterbenen bijna stilstaan) of zijgangen (schuin opzij en naar voren lopen naar links of rechts) demonstreert, terwijl dat in de klasse Z wel zeker van je gevraagd kan worden. De plaats waar de dressuuroefening plaatsvindt, heet de Ring.
   
Kleding
   

Wie wedstrijden gaat rijden moet er voor zorgen dat hijzelf en ook het paard er netjes verzorgd moeten uitzien. Dit wordt beoordeeld onder de noemer "Verzorging". Het paard moet keurig gepoetst zijn en de ruiter moet de voorgeschreven kleding dragen. Amazones en ruiters dragen in de dressurring:


Plastron

» een zwart of donkerblauw rij-jasje

» een witte, beige of gele rijbroek

» een bijpassende witte of gele

stropdas of plastron

» een paar handschoenen

» een paar rijlaarzen

» een cap, hoge hoed of bolhoed

In de klassen B en L is het gebruik van sporen en een zweep toegestaan. In de klassen M en Z zijn sporen verplicht en is een zweep verboden.
   
Springen
   
De meeste paarden springen goed en graag zonder ruiter. De moeilijkheden ontstaan wanneer ze bij het springen hun evenwicht moeten bewaren met een ruiter op hun rug. Een paard kan alleen goed springen als er een goed samenspel is tussen ruiter en paard en als het zo min mogelijk gehinderd wordt door het gewicht van de ruiter.


Cavaletti-rijden

Voorbereidingen op het springen

Om goed te kunnen springen, zal een springruiter eerst een onafhankelijke (verlichte) zit moeten ontwikkelen om op het paard in te kunnen werken. Een goede oefening daarvoor is het rijden over cavaletti. Daarnaast moet hij gevoel voor de hindernis ontwikkelen om het paard zo goed mogelijk naar de afzetplaats voor de hindernis te brengen.

De verlichte zit

Om een goede balans te houden moet de springruiter leren zijn gewicht zo veel mogelijk op dezelfde plaats te houden. Hij moet stil kunnen zitten zonder zich vast te houden aan de teugels. In een goed evenwicht kan hij dan de juiste been- en teugelhulpen geven. Die juiste houding tijdens het springen noemen we de verlichte zit. De beugels zitten enkele gaatjes korter om de knieėn vaster tegen het zadel te kunnen houden. Het bovenlichaam van de ruiter komt iets naar voren en omhoog waardoor zijn gewicht wordt overgebracht naar de beugels zodat de rug van het paard minder wordt belast.


Springruiter in verlichte zit


Een goede oefening voor de verlichte zit is het rijden over cavaletti (enkelvoud: cavaletto). Dit zijn houten bomen die aan de uiteinden vastzitten op 15-30 cm hoge standaardjes. Door een aantal van deze cavaletti op bepaalde afstanden van elkaar te leggen, leert het paard met een ruiter op zijn rug in evenwicht te gaan en afstanden nauwkeurig te schatten. Deze afstanden zijn afhankelijk van de grootte en bewegingen van het paard. Het is zinvol om in het begin met 1 cavaletto te beginnen en het aantal langzaam te vermeerderen.

Gevoel voor de hindernis

Het paard moet door de ruiter zo goed mogelijk naar de afzetplaats voor een hindernis gebracht worden. Te dichtbij zal het paard met de voorbenen de hindernis raken, te veraf met de achterbenen. Het is moeilijk om dit gevoel goed aan te leren voor de ruiter en voor het paard. Het wordt alleen ontwikkeld door vaak te springen. Een beginnend ruiter kan veel leren van een geroutineerd paard, terwijl een jong paard het beste kan leren van een ervaren ruiter.

Soorten hindernissen

Er zijn enkelvoudige en meervoudige hindernissen. De meervoudige bestaan uit 2 of meer onderdelen. Een driesprong bestaat bv. uit drie sprongen over drie afzonderlijke hindernissen, die als 1 sprong worden gerekend. De twee belangrijkste enkelvoudige hindernissen zijn de steilsprong en de breedtesprong of oxer. Tot de steilsprong behoren bv. een aantal bomen of planken boven elkaar, een recht hek en een muur opgebouwd uit blokken. Tot de breedtesprongen behoren verschillende soorten oxers, de triple bar (schuin oplopende balken) en de sloot.


Hindernis met grondlijn


Muur


Driesprong


Sloot


Oxer


Recht hek met bomen


De springwedstrijd

Men kan het hele jaar door aan springwedstrijden deelnemen. Ook hier zijn dezelfde 4 klassen als bij dressuur:


»
B (hindernishoogte max. 1m)

» L (hoogte maximaal 1.10 m)

» M (hoogte maximaal 1.20 m)

» Z (hoogte maximaal 1.30 m)

Door het behalen van winstpunten kan een ruiter net als bij dressuur in een hogere klasse komen. De wedstrijden zijn te verdelen in A- en C-wedstrijden.

In de A-wedstrijden gaat het vooral om de vaardigheid van het springen. Hindernisfouten zijn hier doorslaggevend. Als meerdere ruiters foutloos of met een gelijk aantal strafpunten eindigen moeten zij in een zogenaamde barrage enkele hindernissen opnieuw springen. De ruiter met de snelste tijd en de minste strafpunten is de winnaar.

Bij C-wedstrijden is de snelheid de beslissende factor. Gemaakte fouten worden direct omgerekend in strafseconden. Een voorbeeld van een C-wedstrijd is de snelheids- en wendbaarheidswedstrijd. Voordat deze beginnen krijgen de deelnemers de kans te voet en in voorgeschreven kleding het parcours te verkennen, d.w.z. de ruiters bekijken alvast hoe ze moeten rijden en waar ze de wendingen moet nemen en hoeveel galopsprongen het paard tussen twee hindernissen moet maken. Het is niet toegestaan in stalkleding het parcours te betreden.


Ruiters verkennen het parcours


Kleding

Net als bij een dressuurwedstrijd moeten het paard en de ruiter er netjes verzorgd uitzien. Voor de ruiter is het dragen van laarzen, rijbroek, overhemd, das/plastron verplicht. Bij extreme hitte kan de jury beslissen of het dragen van een rij-jasje niet verplicht is.

Het rijden in overhemd, pully of T-shirt is ook bij extreme hitte niet toegestaan.Bij slecht weer kan de jury het dragen van een regenjas toestaan. Het rijden met sporen en rijzweep is altijd toegestaan. De rijzweep mag echter nooit langer zijn dan 75 cm.

Prijzen

Op grote concoursen zijn er zowel in de dressuur als bij het springen mooie prijzen te winnen, bekers en rozettes en ook geld. Natuurlijk wordt er ieder seizoen een Limburgs en Nederlands kampioenschap gehouden, voor dressuur alsook voor springen. Op hier aan voorafgaande concoursen kun je je daarvoor kwalificeren.

De top is natuurlijk een talent zoals bv. Anky van Grunsven en iedere dressuurruiter/-amazone droomt er stiekem van ooit eens haar prestaties te kunnen evenaren...

Ikzelf rij geen wedstrijden meer. Vroeger wel. Nu rij ik alleen nog recreatief, dus voor mijn plezier op een paard van een manege. (zie rijles)

 

 

Nieuwe keuze maken

Running Dog Terug naar Boven