De Manege

   
       
  Ik ben Chantal en ik rij paard, samen met mijn vriendin Dorien. We zijn al heel lang vriendinnen van elkaar en samen gaan we bijna elke dag naar de manege. Voor mij is dat heel dichtbij, maar Dorien moet een heel eind fietsen.

Op een manege kun je van alles doen: je leert er paardrijden, maar je kunt er ook een beetje met de paarden knuffelen of ze verzorgen b.v. droogstappen, borstelen, voer geven, enz.

 
  Hier zijn wat namen van dingen die je bij het verzorgen van paarden kunt gebruiken: roskam, manenkam, hoevenkrabber.  
       
   

Rijles.

 
  Voor je gaat rijden, wordt een paard eerst geborsteld en daarna gezadeld.  
  Je hoeft niet altijd met een zadel te rijden. Je kunt ook zonder rijden, maar dat zit heel gek. Meestal rijd je met meerderen in een les. Als je net bent begonnen met rijden dan is het nog moeilijk.

Het is wel heel belangrijk dat je altijd (!) een cap draagt. Dat is net zoiets als een helm bij bromfietsers. Als je valt, is je hoofd tenminste goed beschermd.

 
     
 

Buitenrijden.

   
  Als je gaat buitenrijden dan rij je achter elkaar. Je bent dan fijn in de buitenlucht.  
  Paarden vinden dat ook fijn. Je gaat dan vaker door het bos of je gaat door het veld. Meestal rijden we dan achter elkaar. Je moet dan wel extra goed opletten, want een paard kan heel gauw schrikken en voor je het weet lig je op de grond. Dan kan wel eens een beetje pijn doen.  
       
 

Springen.

   
       
  Springen is niet altijd gemakkelijk: Dat ligt aan het paard. Er zijn paarden die heel graag springen. Die moet je soms afremmen. Een paard dat niet graag springt, moet je vaak aansporen. Het kan ook weigeren voor een hindernis. Dan stopt het plotseling. Het kan ook wel eens onverwachts van richting veranderen. Let je dan niet goed op dan val je er af. Je gaat natuurlijk niet meteen al springen. Als je nog nooit gesprongen hebt, ga je eerst over balkjes. Daarna ga je over een lage hindernis. Als je dan nog verder bent, ga je hoger springen.  
       
   

Wedstrijden.

 
       
  Er zijn verschillende wedstrijden. Dat heet concours. Je kunt dan dressuur of vaardigheid doen, maar ook hindernisspringen.  
  Als je vaardigheid doet, dan gaat het op tijd. Als je dressuur doet, moet je het zo secuur mogelijk doen. Meestal, als je op concours gaat, ben je zenuwachtig. Je kunt dan ook een prijs winnen: een beker. Het paard wint ook een prijs een rozet. Aan de kleur hiervan kun je zien welke prijs je hebt gehaald:  
  Oranje is 1, rood is 2, wit is 3, blauw is 4, groen is 5. Er zijn nog meer kleuren, maar die ben ik even vergeten...  

Sluit het venster

Running Dog Terug naar Begin